NIPT

Met de NIPT-test kun je laten onderzoeken of je kind het Downsyndroom heeft. Ook wordt er bij deze test gekeken naar het Edwardssyndroom en het Patausyndroom.  

Hoe werkt de test?

Het enige wat je bij dit onderzoek hoeft te doen is bloed laten afnemen. Het laboratorium zal dan het DNA in het bloed op de 3 verschillende syndromen onderzoeken. In het bloed van de zwangere zit DNA dat afkomstig is van de placenta (moederkoek) en DNA dat afkomstig is van de moeder. Het DNA van de placenta is bijna altijd hetzelfde als het DNA van het kind.

Nevenbevindingen

Het laboratorium kan ook andere chromosoomafwijkingen dan Down-, Edwards- of Patausyndroom vinden. Dit kan zowel bij het kind, in de placenta (moederkoek) en in zeer uitzonderlijke gevallen bij de zwangere zelf. Dit worden nevenbevindingen genoemd. Er zijn verschillende soorten nevenbevindingen: van heel ernstig tot minder ernstig. U beslist zelf of u nevenbevindingen wilt weten.

U kunt de NIPT laten doen vanaf 11 weken zwangerschap.

Uitslag

Als de uitslag niet afwijkend is dan klopt dit bijna altijd. De kans is dan zeer klein dat je zwanger bent van een kind met een Down-, Edwards-, of Patausyndroom. Je hoeft dus geen vervolgonderzoek te ondergaan.

Als de uitslag afwijkend is dan ben je mogelijk zwanger van een kind met Down-, Edwards-, of Patausyndroom. Wat zegt de uitslag?

  • Bij 75 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met Downsyndroom, klopt dit inderdaad; 25 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met Downsyndroom.
  • Bij 24 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met edwardssyndroom, klopt dit inderdaad; 76 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met edwardssyndroom.
  • Bij 23 van de 100 vrouwen die de uitslag krijgen dat ze mogelijk zwanger zijn van een kind met patausyndroom, klopt dit inderdaad; 77 vrouwen zijn dus niet zwanger van een kind met patausyndroom.

Bij een afwijkende uitslag is er een kans dat het kind de aandoening toch niet heeft. Zekerheid kun je alleen krijgen door een vlokkentest of vruchtwateronderzoek te laten doen.