Roken

Wanneer je rookt tijdens de zwangerschap loopt je ongeboren baby allerlei risico’s. Ook bij meeroken gelden onderstaande risico’s. Het roken zullen wij bespreekbaar maken tijdens de controles. Wanneer je daar behoefte aan hebt kunnen wij je helpen bij het stoppen met roken.

Miskraam
Vrouwen die roken, hebben een grotere kans op een miskraam. Van elke tien zwangerschappen eindigt er één in een miskraam. In Nederland krijgen jaarlijks ongeveer 20.000 vrouwen hiermee te maken. Roken – zowel zelf roken als meeroken – overmatig koffie- en/of alcoholgebruik en overgewicht vergroten het risico op een miskraam.

Vroeggeboorte
Roken verdubbelt de kans op een vroeggeboorte, dat wil zeggen dat de baby vóór de 37e week van de zwangerschap wordt geboren. Kinderen die te vroeg worden geboren hebben vaak een moeilijke start doordat de organen nog niet volledig ontwikkeld zijn. Problemen met de ademhaling, de bloedsomloop, de zuurstofvoorziening in de hersenen en andere vitale organen kunnen het gevolg zijn. Ook komen infecties vaker voor, voedingsproblemen en onderkoeling.

Lager gewicht baby
Roken door de moeder geeft een grotere kans op een lager geboortegewicht van het kind. Vrouwen die de hele zwangerschap blijven roken, krijgen een baby die zo’n 150-250 gram lichter weegt dan een kind met een normaal geboortegewicht van 2500 tot 4500 gram.
Direct na de bevalling hebben baby’s met een lager geboortegewicht meer moeite om zichzelf warm te houden en is er een grotere kans op een laag bloedsuikergehalte. Op latere leeftijd hebben deze kinderen vaker last van gedragsproblemen, vooral als de groeivertraging in het begin van de zwangerschap is ontstaan.

Loslating placenta
Een placentaloslating betekent dat de moederkoek (placenta) los komt van de baarmoeder. Dit is de ernstigste oorzaak van een vaginale bloeding na week 28. Normaal gesproken laat de placenta los van de baarmoederwand nadat de baby geboren is. Bij een placentaloslating gebeurt dat al voor de geboorte. Hierdoor krijgt de baby geen zuurstof meer. Roken tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op een placentaloslating, net als alcohol en het gebruik van sommige drugs.

Gevolgen voor de ontwikkeling
Als een vrouw rookt tijdens de zwangerschap, dan heeft de baby meer kans op uiteenlopende gezondheidsklachten. Zo heeft een kind van een rokende moeder meer kans op het krijgen van een hazenlip, maar ook op ademhalingsproblemen en gedragsstoornissen.

Wiegendood
Wiegendood is een algemene term voor het plotseling en onvoorzien overlijden van een ogenschijnlijk gezonde baby tijdens het slapen. Hierop is meer kans als de moeder tijdens de zwangerschap rookt. Maar ook wanneer de baby meerookt na de bevalling is er meer kans dat deze overlijdt aan wiegendood

Borstvoeding en roken 
Roken vermindert de hoeveelheid melk én de melk smaakt minder lekker. Ook kan de zogenoemde toeschietreflex (het naar buiten laten spuiten van de moedermelk) door het roken verminderen. Baby’s van rokende moeders huilen wat vaker langdurig, mogelijk als gevolg van darmkrampjes, misselijkheid, overgeven en diarree. Toch heeft borstvoeding, ook als je rookt, veel voordelen. Moedermelk bevat stoffen die de baby beschermen tegen allerlei infecties en die het immuunsysteem versterken.
Lukt het je niet om te stoppen met roken, probeer dan in ieder geval om gedurende twee uur voor de voeding niet te roken. Het nicotinegehalte is dan op het laagste niveau en de toeschietreflex lijkt beter te functioneren dan wanneer het nicotinegehalte hoger is. Als je rookt, rook dan buiten, niet onder een open raam en niet in bijzijn van je baby.

Andere risico’s voor het kind na de geboorte
Baby’s en jonge kinderen zijn extra kwetsbaar voor tabaksrook omdat ze nog volop in de groei zijn en hun longen en afweersysteem nog niet zijn uitontwikkeld. Ze ademen ook sneller dan volwassenen. Daardoor komen er meer schadelijke stoffen in hun lichaam. De giftige stoffen uit sigaretten blijven lang in een ruimte hangen. Hoe lang is afhankelijk van hoe goed je ventileert.

  • Tabaksrook heeft een ongunstige invloed op de groei en werking van de longen. Het vermindert de opname van zuurstof en maakt kinderen vatbaarder voor ontstekingen van de luchtwegen. Dit uit zich doordat ze regelmatig hoesten.
    De kans op bronchitis is ook groter bij kinderen die veel in rokerige ruimtes zitten. Kinderen hebben dan vaker last van kortademigheid, het opgeven van slijm (‘volzitten’) of piepen.
  • Het risico dat een kind met aanleg voor astma daadwerkelijk astma krijgt, is groter wanneer het kind veel in rokerige ruimtes is. Astma is een chronische ontsteking van de longen. De slijmvliezen in de longen zijn dan permanent geïrriteerd, wat voor verschillende klachten zorgt. Bij kinderen die astma hebben, kan tabaksrook een aanval van benauwdheid veroorzaken.
  • De kans op middenoorontsteking neemt toe bij kinderen die geregeld in een rokerige omgeving zijn.
  • Rokende ouders hebben vaker een baby die langdurig en veelvuldig huilt.

rad-infolijn

Download hier de folder als Pdf.