Vruchtwaterpunctie

Met de vruchtwaterpunctie kan onderzocht worden of het ongeboren kind een chromosoomafwijking, een DNA afwijking of een stofwisselingsstoornis heeft. De meest voorkomende chromosoomafwijking veroorzaakt het Downsyndroom. Voor chromosoom- en DNA onderzoek worden cellen in het vruchtwater onderzocht. Een vruchtwaterpunctie kan vanaf 15 weken zwangerschap gedaan worden.

Bij dit onderzoek wordt het vruchtwater weggenomen via de buikwand. Dit gebeurt met een naald. Met een echo-apparaat wordt de juiste plaats bepaald voor het inbrengen van de naald via de onderbuik. Met de naald wordt ongeveer 15-20 milliliter vruchtwater opgezogen. vruchtwaterpunctie

In het vruchtwater zitten lichaamscellen en eiwitten van het ongeboren kind. Deze komen onder andere van de huid. Door onderzoek van de cellen en eiwitten kan vastgesteld worden of het ongeboren kind bepaalde afwijkingen heeft. Bijvoorbeeld afwijkingen aan de chromosomen.

Meestal is de uitslag na ongeveer drie weken beschikbaar.

Als uit de uitslag afwijkend blijkt te zijn en er is sprake van dat jouw kind een chromosoomafwijking en/of andere afwijking heeft, krijg je op korte termijn een afspraak met een gynaecoloog, een klinisch geneticus en/of een andere kinderspecialist. Je hoort dan wat de aandoening van je kind inhoudt, wat de consequenties zijn en wat voor behandeling na de geboorte nodig is. Afhankelijk van de aard van de aandoening en van de zwangerschapsduur, zal ook met je worden besproken of je de zwangerschap wilt uitdragen of laten afbreken. Als je dat wilt zal een maatschappelijk werkster je begeleiden bij het maken van een bewuste beslissing en in het vervolg tijdens je zwangerschap. Natuurlijk kun je in zo’n geval ook altijd bij ons terecht voor vragen en/of mentale steun.

Ook een vruchtwaterpunctie kent voor- en nadelen

Voordelen:

  • In vergelijking met de vlokkentest is de kans op een onduidelijke uitslag van chromosoomonderzoek na vruchtwateronderzoek kleiner. Deze is twee per 1000 onderzoeken vergeleken met 10 tot 20 per 1000 onderzoeken na een vlokkentest.
  • Bij beide onderzoeken is er een kans op een miskraam van drie tot vijf van de 1000 onderzoeken, maar bij de vruchtwaterpunctie is deze kans iets kleiner (ongeveer 3 van de 1000).
  • Het onderzoek kan met vrijwel absolute zekerheid uitwijzen of uw kind wel of niet een chromosoomafwijking heeft.

Nadelen:

  • Een vruchtwaterpunctie brengt een kans op een miskraam met zich mee. Deze kans is drie tot vijf op de 1000 onderzoeken.
  • Het onderzoek vindt tamelijk laat in de zwangerschap plaats. Dit betekent dat een eventuele zwangerschapsafbreking alleen nog kan plaatsvinden door het opwekken van een bevalling. Sommige vrouwen voelen in deze periode al leven.

Meer informatie kun je lezen op de website van het RIVM