Vervolgonderzoek

Wanneer de uitslag van de combinatietest een verhoogde kans geeft voor Downsyndroom, Patausyndroom en/of Edwardssyndroom of wanneer er bijvoorbeeld bij de structurele echo bij 20 weken mogelijk een afwijking bij de baby is gezien, kun je kiezen voor vervolgonderzoek. Dit vervolgonderzoek wordt ook wel prenatale diagnostiek genoemd en is nodig om zekerheid te krijgen of jouw kind een chromosomale en/of lichamelijke afwijking heeft.

Er zijn vier mogelijke vervolgonderzoeken:

Bij de vruchtwaterpunctie en de vlokkentest is er een kans op een miskraam als gevolg van het onderzoek. Dit komt voor bij drie tot vijf van de 1000 onderzoeken. Deze kans is iets groter bij de vlokkentest dan bij de vruchtwaterpunctie.